Zzp’ers en pensioen
In paragraaf 2.3.5 van het ontwerpadvies van de SER kwam aan de orde dat het aandeel zzp’ers in de beroepsbevolking toeneemt. Anders dan werknemers in loondienst zijn zzp’ers zelf verantwoordelijk voor de opbouw van een aanvullend pensioen. Er zijn aanwijzingen dat een deel van hen tijdens het werkzame leven onvoldoende opzij legt (via een pensioenvoorziening en/of vormen van vermogensopbouw) voor de periode na pensionering.
In deze paragraaf wordt achtereenvolgens stilgestaan bij de pensioenpositie van zzp’ers en hun mogelijkheden om pensioen op te bouwen, recente initiatieven en andere voorgestelde mogelijkheden voor verbetering van hun pensioenpositie. De paragraaf besluit met enkele afrondende opmerkingen.

Pensioenpositie zzp’ers
Zzp’ers, een heterogene groep
Het is van belang in het oog te houden dat zzp’ers een zeer heterogene groep werkenden vormen. In zijn advies Zzp’ers in beeld (2010) ging de raad reeds in op de diversiteit binnen deze groep en de grote verschillen tussen zzp’ers. Onder meer zijn er verschillen naar opleidingsniveau, arbeidsmarktpositie en inkomen. Ook zijn er verschillen in de motieven om als zelfstandige werkzaam te zijn (al dan niet bewuste/gewenste keuze). Zo zijn er ook beroepen die doorgaans niet in loondienst (kunnen) worden uitgeoefend, zoals het beroep van vertaler en acteur.

Dit heeft gevolgen voor de wensen en mogelijkheden voor zzp’ers met betrekking tot pensioenopbouw. Immers, een zzp’er die voorheen in loondienst was, zal wellichtaangesloten kunnen en willen blijven bij een pensioenfonds, terwijl dit bij sommige typische zzp-beroepen geen optie is.

Bestaande mogelijkheden voor pensioenopbouw
Binnen het huidige pensioenstelsel worden zzp’ers gezien als ondernemers. Zij zijn zelf verantwoordelijk voor de opbouw van een oudedagsvoorziening in aanvulling op de AOW. Zij kunnen hun aanvullende oudedagsvoorziening op verschillende manieren organiseren: via de derde pijler, spaarregelingen, beleggingen, vermogen in de eigen onderneming en de eigen woning. Daarbij zijn de fiscale spelregels in de opbouwfase voor niet-werknemers (derde pijler) beperkter dan voor werknemers. Ten aanzien van dit verschil heeft de raad eerder bepleit dat de fiscale mogelijkheden voor pensioenopbouw onafhankelijk worden van de soort arbeidsrelatie en dat ondernemers materieel dezelfde mogelijkheden krijgen als werknemers. Hierbij moet wel worden aangetekend dat de huidige fiscale mogelijkheden niet maximaal worden benut en in die zin geen beperking vormen voor de pensioenopbouw van zelfstandigen ten opzichte van werknemers.

Daarnaast zijn er voor een aantal groepen vrije beroepsbeoefenaren verplichtgestelde – en fiscaal gefaciliteerde – beroepspensioenregelingen (11 in totaal). Hieronder vallen bijvoorbeeld de medisch specialisten, fysiotherapeuten, tandartsen, huisartsen en apothekers. De deelnemers kunnen zowel ondernemer/zzp’er als werknemer zijn. Deze beroepspensioenregelingen worden uitgevoerd door beroepspensioenfondsen.

Verder zijn er twee bedrijfstakpensioenfondsen waar bepaalde zelfstandigen/zzp’ers, te weten schilders (BPF Schilders-, Afwerkings- en Glaszetbedrijf) en stukadoors (BPF Bouwnijverheid), verplicht bij zijn aangesloten. Onder zelfstandige schilders is er kritiek op de verplichte aansluiting en verlenging van de verplichtstelling.
Ten slotte kunnen zzp’ers die als werknemer bij een pensioenfonds waren aangesloten, hun pensioen bij dat fonds vrijwillig voortzetten.Sinds 2012 is vrijwillige voortzetting met fiscale facilitering mogelijk gedurende 10 jaar (voordien gold de fiscale facilitering voor 3 jaar).

Tabel 5.1 zet de mogelijkheden voor pensioenopbouw van zzp’ers en werknemers naast elkaar. Voor wat betreft de 2e pijler dient opgemerkt dat ongeveer 9 procent van de werknemers niet deelneemt aan een collectieve pensioenregeling. Deze zogenoemde ‘witte vlek’ bestaat uit werknemers die bij een werkgever werken die geen pensioenregeling heeft en uit werknemers die anderszins geen pensioen opbouwen.

Tabel volgt!


Sociale partners streven naar verkleining van de witte vlek. De toegang tot de tweede pijler voor werknemers biedt meer mogelijkheden dan die voor zzp’ers.

Hoeveel pensioen bouwen zzp’ers op?
Er zijn de afgelopen jaren verschillende onderzoeken gedaan naar de pensioenpositie van zzp’ers.
Het recente Themarapport Pensioen laat zien dat bijna 60 procent van de zelfstandigen geen pensioen opbouwt. Ongeveer een derde verwacht in de toekomst te weinig pensioeninkomen te hebben.
Als belangrijkste redenen waarom geen of weinig pensioenopbouw plaatsvindt, worden de kosten en een gebrek aan financiële middelen genoemd.
Van de zelfstandigen die pensioen opbouwen, geeft 42 procent aan dit te doen via een lijfrenteregeling. Daarnaast maakt 35 procent gebruik van een bankspaarregeling. Eveneens 35 procent bouwt pensioen op via de oudedagsreserve (FOR). Daarbij is niet duidelijk of gebruik van de FOR daadwerkelijk tot opbouw van pensioen leidt. Als dat niet gebeurd ontstaat een schuld aan de belastingdienst.

Ten slotte geeft bijna 40 procent aan ook te sparen (vrije besparingen) ten behoeve van de oude dag.
Onderzoek van de ministeries van SZW, Financiën en EZ onder zzp’ers die meer dan 15 uur per week werken, laat zien dat ongeveer 50 procent van hen pensioen opbouwt. Onder pensioenopbouw zijn begrepen derde pijlerproducten, vrije besparingen en besparingen via het bedrijf en vermogen van de onderneming. Van de onderzochte groep zzp’ers kon in 2009 ongeveer 60 procent een pensioen verwachten ter hoogte van 70 procent of meer van het huidige bruto inkomen, in 2010 is dit aandeel gedaald tot 50. Voor een ongeveer een kwart ligt het tussen de 50 en de 70 procent. De groep die een pensioeninkomen verwacht dat lager is dan 50 procent van het huidige inkomen is in 2010 gestegen naar 25 procent.
In een ander onderzoek zijn vervangingsratio’s berekend voor huishoudens met zelfstandigen. Daartoe wordt het bedrag berekend dat huishoudens voor hun oudedagsvoorziening jaarlijks kunnen halen uit AOW, aanvullend pensioen, derde pijler, eigen huis, besparingen, beleggingen en vermogen onderneming. Dit wordt vervolgens afgezet tegen het huidige huishoudinkomen (zie tabel 5.2).

Tabel volgt!

Huishoudens met zelfstandigen bouwen minder op in de eerste en tweede pijler dan andere huishoudens en zij compenseren het verschil deels via het eigen huis en door zelf te zorgen voor extra vrije besparingen. Dit kan er op duiden dat zelfstandigen wel bewust met hun pensioen bezig zijn. Wel blijft hun vervangingsratio lager dan die van alle huishoudens en niet bekend is of vrije besparingen ook bedoeld zijn voor pensioen.
Laatstgenoemd onderzoek geeft ook inzicht in de spreiding van de pensioensituatie. Deze blijkt voor huishoudens met zelfstandigen groter dan voor alle huishoudens. Van de helft van alle huishoudens ligt het vervangingspercentage tussen de 66 en 103 procent en van 25 procent lager dan 66 procent. Van de huishoudens met zelfstandigen ligt van de helft het vervangingspercentage tussen de 52 en 103 procent en van 25 procent ligt het lager dan 52 procent.

Wat de pensioenpositie van zzp’ers betreft, verdient verder vermelding dat het kabinet thans een interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) laat uitvoeren naar zzp’ers. Een belangrijk onderdeel daarvan vormt “een inventarisatie van de inkomens- en vermogensposities van (verschillende typologieën) zzp’ers”, omdat er op individueel en huishoudniveau (te) weinig informatie beschikbaar is. Het kabinet heeft onder meer behoefte aan meer inzicht in de mate waarin zzp’ers aan pensioenopbouw doen. Het onderzoek wordt in het voorjaar van 2015 verwacht.

Recente voorstellen en initiatieven
In de discussie over de pensioensituatie van zzp’ers zijn diverse mogelijkheden geschetst en voorstellen gedaan voor verbetering van de pensioenpositie van zzp’ers. Daarnaast zijn er ook initiatieven om pensioenopbouw door zzp’ers te faciliteren.

Aan de hand van onderstaande tabel 5.3 wordt een beknopt overzicht gegeven van deze en de huidige mogelijkheden. Tussen haakjes worden de in hoofdstuk 3 beschreven varianten II en III vermeld; de varianten I (Uitkeringsovereenkomst met degressieve opbouw) en IV (Persoonlijk pensioenvermogen met collectieve risicodeling) kunnen, afhankelijk van de vormgeving ervan, overal in het schema worden gepositioneerd.

Tabel volgt!

Hoewel er in het maatschappelijk debat stemmen opgaan om zzp-pensioenen open te stellen voor aanwending als arbeidsongeschiktheidsverzekering, wordt deze mogelijkheid hier niet onderzocht.
De zes combinaties in de tabel worden hieronder kort toegelicht en daarbij wordt ook ingegaan op de vraag of zij wettelijk zijn toegestaan, praktisch uitvoerbaar zijn en bepaalde voor- en nadelen kennen.

Tabel volgt!

Vrijwillig-individueel
Individuele pensioenproducten in de 3e pijler en vermogensbronnen in de 4e pijler zijn bestaande mogelijkheden voor pensioenopbouw. Wat de 3e pijler betreft worden deze producten aangeboden door banken, verzekeraars en vermogensbeheerders.
variant III (persoonlijk pensioenvermogen met vrijwillige risicodeling, zie paragraaf 3.3.3) biedt eveneens mogelijkheden voor individuele pensioenopbouw op vrijwillige basis.

Vrijwillig-collectief
- Collectief uitgevoerde (vrijwillige) pensioenspaarregelingen (3e pijler).
De afgelopen jaren zijn initiatieven ontplooid voor collectief uitgevoerde 3e pijlerproducten voor zzp’ers. Daarbij is nadrukkelijk rekening gehouden met de aspecten vrijwilligheid en flexibiliteit. Via vrijwillige regelingen wordt in een beleggingsfonds fiscaal gefaciliteerd vermogen opgebouwd dat later in een pensioenuitkering kan worden omgezet.
Het kabinet heeft toegezegd wettelijk te regelen dat zelfstandigen die in de derde pijler pensioen opbouwen dit, onder voorwaarden, niet hoeven aan te spreken ingeval ze een beroep moeten doen op de bijstand. Voor 2015 gaat hiervoor een tijdelijke regeling gelden.

- Premiepensioeninstelling (PPI).
Een PPI (tweede pijler) mag alleen zuivere beschikbare premieregelingen aanbieden en dus geen verzekeringstechnische risico’s dragen. Het opgebouwde kapitaal dient op pensioendatum omgezet te worden in een (levenslang) pensioen. Als voordelen van een PPI worden genoemd: flexibiliteit, transparantie en lage kosten. Voor een zzp’er biedt een PPI flexibiliteit en collectiviteit.

De PPI is gestoeld op de Europese IORP-richtlijn. Volgens de richtlijn kunnen zelfstandigen zich, afhankelijk van de nationale wetgeving, aansluiten bij een IORP zoals een PPI. Volgens de Nederlandse wetgeving mag een PPI thans alleen arbeidsgerelateerde pensioenregelingen uitvoeren i.c. pensioenregelingen voor werknemers. De PPI is daardoor niet toegankelijk voor Nederlandse zzp’ers (eventueel wel voor buitenlandse zzp’ers). Aanpassing van de wetgeving zou aansluiting bij een PPI voor Nederlandse zzp’ers mogelijk maken. Daarmee zou ook de scheidslijn tussen de tweede en derde pijler wijzigen.

Vrijwillig-solidair

- Voor bepaalde groepen zzp’ers: vrijwillige voortzetting bij voormalige uitvoerder (verbetering van deze mogelijkheid).
Deze mogelijkheid pensioen op te bouwen is alleen van toepassing op werknemers die vervolgens zzp’er worden. Vrijwillig voortzetten kan voor zzp’ers gedurende 10 jaar en is sinds 2012 voor de gehele periode fiscaal gefaciliteerd.
De regeling dient gedurende de eerste drie jaar volledig te worden voortgezet (op basis laatst verdiende loon als werknemer, werkgevers- en werknemerspremie). Van vier tot tien jaar wordt uitgegaan van het actuele inkomen, met als maximum het als werknemer laatst verdiende inkomen.
Dit betekent enerzijds dat de pensioenopbouw in de beginjaren te hoog en te duur kan zijn (ten opzichte van de inkomsten) en anderzijds dat in latere jaren depensioenopbouw wellicht niet volledig kan zijn ten opzichte van het inkomen dat dan verdiend wordt. Meer flexibiliteit zou hier een oplossing kunnen bieden.

Gedeeltelijk betekent het ook een verschuiving van het probleem, in de zin dat de zzp’er na 10 jaar vrijwillige voortgezette aansluiting alsnog zelf in de verdere pensioenopbouw moet voorzien.
Bij vrijwillige voortzetting wordt ook het arbeidsongeschiktheidspensioen voortgezet. Zzp’ers komen echter niet in aanmerking voor de WIA, die veelal als basis geldt voor arbeidsongeschiktheidspensioen en de daarbij horende premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid. De zzp’er betaalt dus voor een onderdeel waar hij geen gebruik van kan maken. Dit geldt eveneens voor VPL-regelingen. Ook hier kan flexibiliteit een oplossing bieden. Deze flexibiliteit maakt de uitvoering echter duurder.
Een mogelijkheid tot verbetering kan ook zijn om de vrijwillige voortzetting mogelijk te maken tot pensionering.

- Vrijwillige aansluiting bij bedrijfstakpensioenfonds.
Bij de huidige bedrijfstakpensioenfondsen is de bedrijfstak van de werkgever bepalend voor aansluiting. Bij vrijwillige aansluiting zou dit de bedrijfstak moeten zijn waarin de zzp’er werkzaam is. Het is echter niet altijd duidelijk in welke sector de werkzaamheden van een zzp’er vallen. Wel zouden op deze manier hybride zzp’ers pensioen kunnen opbouwen bij het fonds waar zij als werknemer pensioen opbouwen.
Vrijwillige aansluiting is op dit moment niet mogelijk, het vereist aanpassing van wetgeving. Vrijwillige aansluiting kan daarnaast het risico van adverse selectie met zich brengen. Dit kan, uitgaande van de huidige doorsneesystematiek, aan de orde zijn als vooral oudere zzp’ers zich aansluiten.

- Vrijwillig zzp-pensioenfonds in de 2e pijler.
Door de instelling van een of meer zzp-pensioenfondsen in de tweede pijler zouden de voordelen van de tweede pijlerfondsen ook beschikbaar komen voor zzp’ers. Dit zou kunnen door zzp’ers als aparte bedrijfstak of beroepsgroep te erkennen. Er kan worden gedacht aan een verplichte regeling, maar ook aan een regeling waarbij sprake is van automatische deelname en de mogelijkheid om desgewenst af te zien van deelname (opt out). Laatstgenoemde optie zou tegemoet kunnen komen aan de diversiteit binnen de groep zzp’ers. Het is denkbaar dat zzp’ers zelf een solidariteitskring vormen waarmee ze een pensioenregeling uitvoeren die solidariteitskenmerken heeft, zoals herverdeling tussen geluk- en pechgeneraties. Naar verwachting is het draagvlak voor een dergelijke regeling groot genoeg voor levensvatbaarheid op vrijwillige basis, mits de regeling (en daarmee de herverdeling) beperkt in omvang is.

Gelet op de flexibiliteit waaraan zzp’ers behoefte hebben (ook gelet op wisselende inkomsten) zou voor een dergelijk fonds een premieregeling eerder in aanmerking komen dan een uitkeringsregeling. Binnen beroepspensioenfondsen is reeds ervaring opgedaan met variabele inleg op basis van gerealiseerde omzet.

Verplicht-individueel
De in paragraaf 3.3.3.van het ontwerpadvies van de SER geschetste variant III (persoonlijk pensioenvermogen met vrijwillige risicodeling) met een daaraan gekoppelde verplichte deelname beoogt verplichte individuele pensioenopbouw.

Verplicht-collectief
- PPI.
Zoals hiervoor aangegeven, is de PPI nog niet toegankelijk voor Nederlandse zzp’ers. De hiervoor geplaatste kanttekeningen bij een PPI met vrijwillige deelname, gelden daarom ook bij verplichte deelname.
- Collectieve verplichte regelingen
Collectieve regelingen (zonder herverdeling) voor zzp’ers zijn momenteel alleen op vrijwillige basis beschikbaar. Voor verplichtgestelde regelingen lijkt bij zzp-organisaties geen draagvlak te zijn.
Verplicht-solidair
- Verplicht Zzp-pensioenfonds in de 2e pijler.
Denkbaar is om een zzp-pensioenfonds op te richten en deelname verplicht te stellen voor alle zzp’ers. Een aandachtspunt hierbij is de afbakening van de groep zzp’ers. Verder moet worden bedacht dat veel zzp’ers niet verplicht willen worden om mee te doen. De traditionele benadering van verplichtstelling via het representativiteits-vereiste zal dan ook niet werken.
- Verplichte aansluiting bij bestaand bedrijfstakpensioenfonds
Een verplichte aansluiting bij een bestaand bedrijfstakpensioenfonds geldt nu voor schilders (bpf Schilders) en stukadoors (bpf Bouw), ook als zij zelfstandige zijn. Bij schilders en stukadoors zijn de werkzaamheden goed te omschrijven en herkenbaar af te bakenen. Dit geldt niet voor vele groepen zzp’ers en dat bemoeilijkt een verplichte aansluiting.
Daarnaast lijken zzp’ers geen voorstander van (verdere) verplichte aansluiting. Dit is thans aan de orde bij het BFP Schilders waarbij ook zzp-schilders verplicht zijn aangesloten.184
Daarnaast zou verplichte aansluiting van zzp’ers, gelet op de leeftijdssamenstelling van de groep zzp’ers en gegeven de doorsneesystematiek, nadelig kunnen zijn voor de bestaande deelnemers.
- Verplichte aansluiting bij een beroepspensioenfonds
De bestaande beroepspensioenfondsen zijn alle verplicht gesteld, ook voor beroepsgenoten die ondernemer/zelfstandige zijn.
- Variant II (Nationale pensioenregeling).
In een Nationale pensioenregeling zoals geschetst in paragraaf 3.3.3 zijn alle werkenden, dus ook zzp’ers, verplicht aangesloten. De regeling biedt veel mogelijkheden voor risicodeling.

Afrondend
De afgelopen jaren zijn van verschillende kanten initiatieven genomen die gericht zijn op een verbetering van de pensioenpositie van zzp’ers. Van recente datum is de toezegging van het kabinet dat zzp’ers die een beroep moeten doen op de bijstand, niet langer eerst hun pensioen behoeven op te maken.
De beschouwingen eerder in deze paragraaf laten zien dat de pensioenpositie van (groepen) zzp’ers aandacht behoeft. Het is belangrijk daarbij in het oog te houden dat het gaat om een zeer heterogene groep werkenden. Een deel daarvan blijkt goed in staat zelf voor zijn oudedagsvoorziening te zorgen, maar er zijn ook groepen waarbij dit niet of in onvoldoende mate het geval is. Het is dan ook van belang dat meer inzicht ontstaat in de pensioenpositie van te onderscheiden groepen zzp’ers. Verwacht mag worden dat het lopende IBO-onderzoek meer inzicht en gegevens zal bieden. Het lijkt wenselijk deze informatie te betrekken bij de verdere oordeelsvorming over de pensioenpositie van zzp’ers en mogelijke beleidsopties om daar verandering in aan te brengen. In dat verband is ook relevant dat het kabinet overweegt de SER in 2015 vragen voor te leggen over doorgroeien en samenwerking van zzp’ers, in de context van veranderende vormen van arbeid en economische bedrijvigheid.

Volg ook http://twitter.com/zzpnetwerk

Bron ontwerpadvies pensioen van de SER zie http://www.ser.nl/~/media/db_adviezen/2010_2019/2015/toekomst-pensi...

Weergaven: 334

Opmerking

Je moet lid zijn van Pensioen-Netwerk.nl om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van Pensioen-Netwerk.nl

© 2020   Gemaakt door Edwin Visser.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden