Werkgever loopt risico dubbele bijbetaling bij waardeoverdracht voor dezelfde werknemer; de oplossing is simpel!

Bijbetalingsplicht bij (een wettelijk recht op) pensioenwaardeoverdracht.

 

Binnen 6 maanden na indiensttreding bij een nieuwe werkgever, heeft de werknemer een wettelijk recht op waardeoverdracht van al zijn eerder opgebouwde pensioenaanspraken bij voorgaande werkgevers. Dit wettelijke recht brengt in ca. 26.000 van de 115.000 waardeoverdrachten per jaar een bijbetalingsverplichting voor de werkgever ter grootte van gemiddeld €15.000,- tot €30.000,-. Het recordbedrag is ooit €125.000,- geweest. De overige 89.000 waardeoverdrachten per jaar gaan tussen pensioenfondsen, waar een werkgever geen bijbetalingsplicht ondervindt omdat de pensioenfondsen dit onderling verrekenen.

 

Zoals we inmiddels weten is het zgn standaardtarief (gelijk aan de 25-jaars rentetermijn-structuur per 1 oktober van het voorgaande jaar) bepalend of de nieuwe dan wel de oude werkgever in het volgende kalenderjaar wordt aangesproken voor de bijbetaling bij een waardeoverdracht.

Sinds januari 2008, het jaar dat deze rekenmethode is ingevoerd, is dit standaardtarief alleen in de maanden september en oktober van 2010 lager dan 3% geweest. Dit niveau van 1 oktober 2010 zorgde ervoor dat niet de nieuwe werkgever, maar juist de oude werkgever(s) dienden bij te betalen bij een (wettelijk recht op) waardeoverdracht bij aanvang van een nieuw dienstverband.

 

Deze rekenmethode is vastgelegd in een Ministeriële regeling, genaamd “Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling”.

De Nederlandse Bank (DNB) stelt steeds op de laatste dag van elke maand de 25-jaars rentetermijnstructuur vast, die dan geldt voor de direct daarop volgende maand. Zo geldt de rentetermijnstructuur per 30 september van 2010 voor de rentetermijnstructuur van  oktober 2010, welke op zijn beurt volgens het Ministeriële Besluit bepalend is voor het standaardtrief van het gehele kalenderjaar van 2011: in dit geval 2,984%.

 

Op de site van de DNB: www.statistics.dnb.nl/index.cgi?lang=nl&todo=Rentes ziet u hoe volatiel deze rentes zijn, wetend welk risico een percentage onder of boven de 3% heeft: namelijk een bijbetalingsverplichting bij waardeoverdracht voor de oude werkgever (in 2011) of voor de nieuwe werkgever (in de jaren 2008 t/m 2010). De hoogte van de bijbetalingsverplichting is direct afhankelijk van het niveau van het rentepercentage en de omvang van de over te dragen pensioenaanspraken.  

 

Deze volatiliteit van het standaardtarief en het wisselende risico van enerzijds bijbetaling door de nieuwe werkgever, dan wel bijbetaling door de oude werkgever (i.c. 2011) is onwenselijk en kan eenvoudig worden gestabiliseerd.

Stabilisatie kan worden verkregen door het standaardtarief vast te stellen op basis van een jaargemiddelde of een 12-maands gemiddelde te nemen als standaardtarief. (zie "bijlage" hieronder).

 

Een stabieler standaardtarief heeft duidelijke voordelen. Het belangrijkste voordeel is wel dat de berekenings-periode en de geldigheidsduur van het standaardtarief gelijk is: een kalenderjaar. Daarnaast wordt de kans dat het standaardtarief onder de 3% duikt en de bijbetalingsverplichting wordt verlegd van de nieuwe naar de oude werkgever, sterk verminderd. Daarmee vermindert ook de kans dat eenzelfde werkgever voor dezelfde werknemer: zowel bij de indiensttreding als bij het vertrek van dezelfde werknemer een bijbetalingsverplichting heeft over de aangevraagde pensioenwaardeoverdracht!

 

Bijbetaling bij waardeoverdracht is al moeilijk aan een werkgever uit te leggen. Wanneer deze werkgever bij indienstneming in 2008 én bij uitdiensttreding in 2011 een bijbetalingsplicht heeft, is deze dubbele bijbetaling al helemaal niet meer uit te leggen. Zeker wanneer zijn accountant hem er fijntjes op wijst dat hij voor dit risico, op grond van de IFRS-standaard, een reservering in zijn boekhouding dient aan te houden!

 

De oplossing van deze ongewenste doublure ligt in de schoot van Minister Kamp. Met een eenvoudige aanpassing van het Ministeriële “Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling” kan Minister Kamp het ergste voorkomen. Dit maakt een oplossing voor het kernprobleem van de bijbetaling een stuk eenvoudiger.    

 

 Bijlage:

STANDAARDTARIEF

 

t.b.v. ACTUARIËLE WAARDERING PENSIOENAANSPRAKEN BIJ WAARDEOVERDRACHT

 

 

Met ingang van 1 januari 2008 is de wettelijke rekenrente van 4% vervangen door het standaardtarief, welke gelijk is aan de 25-jaars rentetermijnstructuur per 1 oktober van voorafgaande jaar.  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2004

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

31 jan.

5,300

4,258

4,036

4,495

4,804

3,782

4,009

3,844

29 febr.

5,171

4,435

4,030

4,362

4,768

3,651

3,896

3,813

31 mrt.

5,090

4,359

4,323

4,517

4,772

3,820

3,867

4,034

30 apr.

5,214

4,227

4,514

4,579

4,903

3,902

3,719

3,925

31 mei.

5,330

4,090

4,621

4,801

5,054

4,176

3,360

3,789

30 jun

5,199

3,903

4,652

5,015

4,968

4,221

3,400

 3,960

31 jul

5,101

3,993

4,540

4,861

4,829

4,131

3,523

3,555

31 aug.

4,973

3,837

4,338

4,852

4,680

4,059

2,707

3,318

30 sept.

4,925

3,853

4,193

4,926

4,533

4,122

2,984 

 

31 okt.

4,845

4,030

4,102

4,810

4,315

4,100

3,112

 

30 nov.

4,678

4,053

4,084

4,935

3,704

3,981

3,372

 

31 dec.

4,525

3,838

4,331

4,962

3,636

4,119

3,663

 

 

 

Jaargemiddelden:

5,029

4,073

4,314

4,760

4,581

 

4,005

3,468

(3,780)

12 maanden-gemiddelden:

4,339

4,909

4,319

4,406

4,406

3,279

3,724

  (3,671)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bovenstaand overzicht van de 25-jaars rentetermijnstructuur laat zien dat slechts in twee maanden van de afgelopen zeven jaar, deze rente is gedaald beneden een niveau van 3%. Deze maanden zijn september 2010 (2,707 %) en oktober 2010 (2,984%).

 

Een standaardtarief dat gebaseerd wordt op het gemiddelde van de percentages van de 25-jaars rentetermijnstructuur in het voorgaande kalenderjaar of 12-maandenperiode (okt – okt), geeft een wat stabieler percentage als standaardtarief en vermindert in hoge mate het risico dat dit standaardtarief onder de 3% duikt.  

 

 

 

 

 

Bron rentepercentages: http://www.statistics.dnb.nl/index.cgi?lang=nl&todo=Rentes

 

 

 

 

Weergaven: 25

Opmerking

Je moet lid zijn van Pensioen-Netwerk.nl om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van Pensioen-Netwerk.nl