Meeste kosten transparant met uitzondering van de beleggingskosten!

In de serie unieke korte filmpjes van de PensioenBattle krijgen we nu deel 4 met de analyse en visie van Bert Jan Bosboom namens toezichthouder AFM.

Verhaar nodigt Bert Jan Bosboom uit om te spreken over de rol van het toezicht en wat dat specifiek betekent voor de PPI's. Bosboom is senior toezichthouder bij de AFM en zet eerst de belangrijkste ontwikkelingen op een rij die hij signaleert op de pensioenmarkt. Vervolgens gaat hij dieper in op de taken van de toezichthouders en tenslotte vergelijkt hij PPI's en verzekeraars.

De ontwikkelingen die Bosboom noemt, stemmen deels overeen met die van Linnenbank. Ze wijzen allebei op:

*     afnemende solidariteit

*     daling van het aantal pensioenfondsen

*     roep om transparantie

*     de kostendruk op ook beleggingskosten

 

Daarnaast vermeldt Bosboom twee nieuwe trends:

*     meer keuze voor vrijwillige modules in de tweede pijler

*     concurrentie door bankproducten, de stijgende populariteit van banksparen

Beleggingskosten zijn nog een blackbox en trend is verdere vereenvoudiging!

 

Taakverdeling tussen AFM en DNB

De taakverdeling tussen AFM en DNB vat Bosboom als volgt samen: “DNB zorgt voor prudentieel toezicht, terwijl de AFM gedrags- en zorgplicht voor haar rekening neemt. Bij het invullen van de specifieke rol van de AFM vermeldt hij toezicht op kostenefficiëntie, veiligheid en nuttigheid. Met verhoging van het pensioenbewustzijn als speerpunt. Doel daarbij is dat de consument uiteindelijk zelf een financieel plan kan maken.

 

Vergelijking PPI en verzekeraar

Wanneer Bosboom PPI 's en verzekeraars vergelijkt, ziet hij het verschil in eigen vermogen als belangrijkste onderscheid. Daarmee is het een fundamenteel ander ijkpunt dan het 'deelnemersaantal', dat Linnenbank als criterium hanteert.

 

Oog voor risico's

De AFM vindt het verplichte Eigen Vermogen voor een PPI te laag en wil dat optrekken. Daarnaast moet de AFM natuurlijk scherp opletten bij de uitbestedingsovereenkomsten van PPI's. Met als minimale eis dat die overeenkomsten UPO geconsolideerd zijn.

De verdere risico's van een PPI schetst Bosboom als volgt:

*     Bij de zuivere spaarvariant is er geen sprake van prudentieel beleggen. Wel mogelijk om spaarvariant mogelijk als opting out!

*     Geen lifecycling en afdekking renterisico.

 

Prognose marktaandeel PPI

Bosboom: “Wat heb ik gedaan bij mijn prognose voor de markt voor de PPI's? Daarvoor heb ik de  businesscases van 6 verleende vergunningen gewoon opgeteld. De totale productie, wat men aan contracten op de boeken heeft. Het meest optimistische scenario is dat de PPI's in 2015 een miljard premie uit de markt hebben gehaald, met 1600 contracten en 400.000 deelnemers. Daarmee is de koek helemaal verdeeld en is er geen ruimte meer voor nieuwkomers.” Bij zijn eindconclusie komt Bosboom dus terug op het Eigen Vermogen als belangrijkste voorwaarde voor de levensvatbaarheid van een PPI: “Beschik je als PPI niet over het vereiste aantal deelnemers, dan ga je het als laatkomer niet redden.”

 

De spanning tussen sparen en prudentie

Verhaar reageert vinnig: “Ik viel van mijn stoel toen je sparen als risico van een PPI noemde. Vindt de AFM sparen in een PPI geen goede oplossing? Gaan jullie op de stoel van de beleggingsadviseur zitten?” Bosboom: “Nee, maar we houden de zorgplicht goed in de gaten. Op lange termijn is laagrentend sparen geen goed plan. Koppel daaraan de inflatie en je houdt weinig over.” Pama valt Bosboom bij, maar geeft er wel een draai aan: “Eigenlijk deel ik de mening van de AFM. Volgens de wet moet je een juiste afweging maken tussen risico en rendement. In dat kader past de spaarvariant niet. Maar de AFM geeft ook dat je die spaarvariant buiten je default mag aanbieden. Standaard biedt Be Frank een lifecycle aan. Als deelnemers dat niet willen, dan kunnen ze sparen op basis van een persoonlijk risicoprofiel.”

 

Is een PPI nu meer of minder risicovol?

Verhaar: “Als het dan toch over risico's gaat, dan pak ik er meteen een stelling bij. Die stelling luidt:  'Is een PPI nu meer of minder risicovol dan een verzekeraar?' Die stelling wil ik graag even voorleggen aan Bosboom, en dan zet ik er meteen een aanvullende vraag bij: Waarom moet je als PPI meer EV aanhouden, dat staat toch los van het belegd vermogen? Bosboom: “Dat ben ik niet met je eens, denk aan een faillissement, dan geldt de normale rangregeling. Dat betekent dat ook normale pensioendeelnemers in die rangorde komen. Dat deelnemers bij een faillissement dus slechts voor een deel concurrent schuldeiser zijn. Daarom willen wij wat aan die rangregeling en dat EV van een PPI doen” Verhaar: “Faillissement? Hoe dan? Alles is uitbesteed.”

 

Omvallen is er niet bij, toch zijn er risico's

Roland de Greef springt er in: “Een PPI kan net als een verzekeraar niet omvallen. Daar staat tegenover dat een verplicht  eigen vermogen van 225.000 euro aan de lage kant is. Het enige echte risico voor een PPI is wanprestatie. Als een PPI niet voldoet aan de zorgplicht, dan kan het in de papieren lopen. En dan is die 225.000 euro wellicht niet voldoende. Maar dat staat los van wat er gebeurt bij een faillissement”. Hans van Meerten: “Concluderen dat de rangregeling dan niet werkt, vind ik te ver gaan. Bij financiële problemen worden de vermogens van pensioendeelnemers in ieder geval niet geraakt.”

Hier heb ik nog de presentatie van Bert Jan Bosboom in AFM%20presentatie%20PPI%20januari%202011.pdf 

Dit is een bewerking van het verslag geschreven door Guus Pijnenburg te bereiken via Taalbeest

Edwin Visser is naast zijn werk voor zijn pensioen- en hypotheek bureau "beschikbaar" voor interim-opdrachten bij pensioenuitvoerders. Check en link met mijn profiel op Linkedin!

 

Weergaven: 64

Opmerking

Je moet lid zijn van Pensioen-Netwerk.nl om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van Pensioen-Netwerk.nl

© 2017   Gemaakt door Edwin Visser.   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden